Crisis als uitnodiging tot groei

Gepubliceerd op 12 november 2020 om 11:00

Op 13 september nam ik deel aan de Inspiratiedag van Voetstappen in het Veld. Een dag voor coaches en andere geïnteresseerden rondom het systemisch werk en opstellingen. Zonder dat ik me er op het moment zelf bewust van was, heeft die dag bij mij een hoop in beweging gezet. En ik kan je wel vertellen, dat dat niet altijd even comfortabel is… Ik was bijzonder onder de indruk van de workshop van Philippe Bailleur, over het herkennen en helen van trauma in organisaties. Hij is auteur van het recent verschenen boek Stuck.

 

Na afloop van de workshop bleef ik geïntrigeerd en vol vragen achter. Mijn aandacht bleef vooral hangen bij de rol van de begeleider, in relatie tot de opdrachtgever en de organisatie die je begeleidt:

 

  • hoe kan het toch dat een thema als trauma in organisaties steeds op je pad blijft komen?
  • wat heb je zelf in je persoonlijke ontwikkeling te doen, als begeleider van organisaties waar mogelijk sprake is van trauma?

 

Het is natuurlijk niet voor niets dat juist deze vragen, juist bij mij, bleven rondspoken. Ik voelde een grote nieuwsgierigheid naar hoe een doorgewinterd coach op het gebied van organisatietrauma dit ervaart. Dus nodigde ik Philippe uit voor een kennismaking, zodat ik hem de kleren van het spreekwoordelijke hemd kon vragen.

We ontmoetten elkaar online. Philippe in zijn thuiskantoor met uitzicht over de velden nabij Mechelen. Achter hem een wand vol boeken, waar mijn oog viel op een dikke pil met Osho op de rug. En ik bij mijn geliefde in Rotterdam, zijn enorme platencollectie achter mij. Philippe liet me de wand tegenover zijn boekenkast zien: een mooie verzameling gitaren. We ontdekten al gauw een gemeenschappelijke voorliefde voor artiesten als Mark Lanegan, Eddy Vedder en andere goeie gitaarmuziek. Ons gesprek ontvouwde zich van een interview tot een zeer plezierige uitwisseling over onze persoonlijke ervaringen, vol wederzijdse herkenning.

‘Wat is volgens jou de betekenis van trauma?’

‘Trauma zie ik als een ontwikkelvehikel. Ik denk dat wij ons in de loop van de evolutie naar hogere niveaus van veerkracht en intelligentie ontwikkeld hebben via trauma. Net als alle andere diersoorten. Trauma is niet iets dat we te allen prijze moeten proberen te vermijden. We moeten het juist proberen te hanteren als vehikel voor ontwikkeling. Zowel individueel als collectief. Ik ben ervan overtuigd dat mensen die aan de slag zijn gegaan met hun trauma’s spiritueel rijker, empathischer en rustiger worden. Ze zijn eigenlijk een mooiere versie mens geworden.

‘Hoe komt het dat trauma in je werk steeds op je pad blijft komen?’

‘Als ik zelf niet al op jonge leeftijd de weg naar coaching en therapie gevonden zou hebben, dan zou ik er zelf misschien niet eens meer zijn, aan de drank geraakt zijn, of was ik op zijn minst een soort zeurpiet geworden. Ik ben zelf een expressie van wat ik net verteld heb. Waarmee ik overigens niet wil zeggen dat ik af ben, verre van zelfs.

 

Ik geloof dat lichamen onbewust andere lichamen opzoeken, zodat heling mogelijk wordt. Als een lichaam een ander lichaam ontmoet dat verder staat op zijn helingsreis, dan pikt dat lichaam meteen op: hier ligt een kans om te helen. Sommige mensen zijn zelfs kwaad op mij: “Hoe kan dat nu? Ik kom bij jou en ik begin ineens van alles te voelen”. Dat geldt op zijn beurt ook weer voor mijzelf in contact met andere mensen. In zulke ontmoetingen gaat een deurtje open om zelf weer verder te komen.’

 

Ik ervaar een diepe drijfveer om het volle potentieel van mensen en systemen vrij te maken. Daar heb ik geen keuze in. En in dat werk komt er steeds weer een moment waarop bepaalde stukken in mij beginnen te resoneren en zeggen: “je bent nu tot hier gekomen en om nóg verder te kunnen geraken moet je met mij rekening houden.” En dat zou kunnen gaan over een afgesplitst stuk dat je terug te integreren hebt. Daar zou sprake kunnen zijn van trauma.’

‘Heb je nog momenten dat het niet hanteerbaar voelt?’

‘Ja die heb ik zeker. Als we geconfronteerd worden met gevoelens van onmacht, reiken we vaak uit naar het bovennatuurlijke. Zelf ben ik niet praktiserend, maar ik snap wel dat je soms bijna zou willen bidden tot iets: help mij om dat wat er op mij af komt te leren hanteren, zonder er zelf aan onder door te gaan.

 

In mijn werk kom ik regelmatig in situaties terecht die heel erg bij me binnenkomen. Kluwens waar ik in krachtenvelden getrokken zou kunnen worden, waardoor ik zwartgemaakt zou kunnen worden, of als incompetent gezien kan worden. Niet omdat ik dat ben, maar omdat ik een bepaalde partij voor de borst stoot. Je loopt het risico gediskwalificeerd te worden als professional. Ik vraag me regelmatig af: wat als dit zich tegen mij keert? Er zijn makkelijker manieren om mijn boterham te verdienen.’

‘Waar laat je je dan door leiden?’

‘Op cruciale momenten voel ik dat ik gegidst wordt. Mijn lichaam kent de weg. Soms word ik op sleeptouw genomen door iets waar ik met mijn hoofd niet bij kan. En mijn hoofd heeft inmiddels een stukje vertrouwen gekregen: als dat stuk in mij de leiding begint te nemen, kan ik dat gewoon volgen. Is dat intuïtie? Ik kan het niet duiden of uitleggen, maar ik heb er wel vertrouwen in. De weg die uitgestippeld wordt voor mij had ik zelf niet kunnen bedenken. En ik denk dat ik zelf nooit zo’n mooie weg had kunnen bedenken.’

‘Probeert je hoofd het ook wel eens over te nemen?’

‘Ik zou nog veel meer begrip en vertrouwen willen hebben in die gidsing. Ik heb vroeger veel gezwommen, en als zwemmer merk je op een gegeven moment dat alle kracht die je gebruikt overgezet wordt in beweging. Dat betekent dat er nog maar heel weinig spetters zijn. Dan lijkt het alsof je glijdt door het water. Dat gevoel is zalig! Ik leef nu nog met heel veel spetters. Als ik mij helemaal zou overgeven aan die gidsing, dan zouden er veel minder spetters zijn. Het is verspilde energie: angst, de neiging om te willen controleren. Ik hoop ooit nog te kunnen leven met nog veel minder spetters.’

‘Zelf beoefen ik kung fu, daarin herken ik ook die weg van de minste weerstand.’

‘Mooi dat je dat zegt. Volgens mij is kung fu net als aikido nogal taoïstisch geïnspireerd. Daar kunnen we nog zoveel van leren: niet meer energie dan nodig verspillen. Dat blijf ik tegenkomen in mijn werk: dit is wat ik deze organisatie kan helpen integreren, en alles wat ik meer dan dat doe heeft meer met mezelf te maken dan dat die organisatie nodig heeft. Het is voor mij heel belangrijk om daarin fijngevoeliger te worden.’

‘Hoe lang werk je al op deze manier?’

Nu begint Philippe te glunderen. Er volgt een anekdote uit zijn jeugd: ‘Toen ik een jaar of 10-12 was had ik als lid van de ECI-boekenclub, een boek gekozen over wichelroede lopen. Daarmee ben ik aan de slag gegaan. We hadden een stukje bosgrond, waar een waterput geslagen moest worden. Mijn vader had iemand met een wichelroede laten komen. Deze man wist waar de wateraders zaten op dat stuk grond. En ik weet nog goed dat ik toen als kind, zelf met koperen staafjes – de instapmanier van het wichelroede lopen - de grote wateraders ook gevonden had.

 

Die kiem zit al in mij van kleins af aan. Maar het is in een versnelling gekomen ergens midden jaren negentig. Het boek dat toen echt iets in mij geraakt heeft, is de Celestijnse Belofte van James Redfield. De strekking van dat boek is, dat er méér is dan dat wij kunnen ‘vastpakken’. Via veel lezen en opleidingen volgen heb ik uiteindelijk expliciet voor dit werk gekozen. Dat doe ik nu al twintig jaar.’

‘Je hebt dus al redelijk vroeg in jouw loopbaan voor dit werk gekozen. Bij mijzelf is dat met horten en stoten gegaan. Ik had de eerste tien jaar van mijn loopbaan totaal geen besef dat ik daar zelf een weg in te kiezen had. Mijn hoofd zei: volgens mij moet je na je studie een serieuze baan vinden, en dan moet je proberen om steeds beter te worden. Dus werd ik overal maar heel goed in totdat ik zeven jaar geleden tegen de muur aan liep, heel erg ziek werd en in een burn-out belandde.

 

Pas daarna ben ik met het ontwikkelen van binnenuit aan de slag gegaan. En sinds een jaar of drie is het systemisch werk op mijn pad gekomen. Dat was voor mij echt zo’n eyeopener: dit is mijn taal, dit zijn de instrumenten die ik kan hanteren op een manier die voor mij kloppend voelt.‘

‘Ja…en hier raak je waarmee we begonnen zijn: heel vaak is crisis een uitnodiging tot groei.’ Ineens wordt Philippe heel nieuwsgierig naar Broesli en draaien de rollen om. Hij grijnst: ‘Bruce Lee! Dus jouw bedrijf kwam vanuit de kung fu?’

‘Nee eigenlijk andersom, ik ben kung fu gaan beoefenen omdat mijn bedrijf Broesli heet. Die naam heb ik niet bedacht, die kwam min of meer uit de lucht vallen. Ruim drie jaar geleden werkte ik samen met een collega teamcoach aan een opdracht bij het Radboud UMC in Nijmegen. Op een gegeven moment moesten de eerste facturen verstuurd worden, maar ik had nog niet eens een bedrijf. Het eerste wat ik dacht was: ‘ik moet een mooi logo hebben’, en vervolgens dacht ik: ‘oh, maar dan moet ik ook een bedrijfsnaam hebben’.

 

Toen ben ik gaan lopen op de Duivelsberg bij Nijmegen. Ik weet nog exact de plek waar die naam mij binnenviel. Ik was aan het denken, denken, denken: ik moet een naam bedénken, en het moet goed zijn. Maar de eerste zin die zich daar in mijn lijf plantte was: “Don’t think, féél!” Dat was de boodschap van Bruce Lee, eigenlijk het enige wat ik van hem wist.

 

Toen we jaren geleden op reis in Hong Kong waren en overal standbeelden van Bruce Lee passeerden, riep mijn toenmalige vriendje steeds: “Don’t think, féél!” En dat zinnetje schoot me daar op de Duivelsberg zomaar weer te binnen. Ik wist meteen dat het Broesli moest worden, het is grappig, het blijft hangen en er zit toch een hele diepe betekenis achter. Het raakt precies datgene waar ik in geloof.

Vervolgens heb ik mijn logo laten ontwerpen. Vrij kort daarna kreeg ik weer zo’n plotselinge ingeving. Mijn bedrijfslogo is een abstractie van het kapsel van Bruce Lee. En dat bleek zich uitstekend te lenen als vorm voor objecten om tafelopstellingen mee te doen. Ik heb een kunstenaar een set laten ontwikkelen van bamboe.

 

Dat ging een heel eigen leven leiden. Mensen begonnen te vragen waar ik ze vandaan had, of ze te koop waren. Uiteindelijk is het in productie gegaan en nu verkoop ik ze via mijn webwinkel. Het ontstaan van Broesli en de blokken is voor mij de eerste en meest intense ervaring geweest van dat je iets niet hoeft te bedénken. Als je je hart er maar voor open stelt, dan valt het je vanzelf te binnen.’

Op Philippes verzoek laat ik de blokken zien en leg ik uit hoe ik ze gebruik. Voor de sets die te koop zijn heb ik bewust gekozen voor beukenhout, ‘omdat ik daar iets mee heb’. Philippe veert enthousiast op:

 

‘Ik heb ook iets met beuken. Het wortelgestel van beukenbomen staat iets boven de grond, waardoor die bomen echt staan. Jarenlang heb ik een beukenboom gehad, dat was mijn boom. Regelmatig ging ik bij die boom zitten. Het was een oude boom, die na een blikseminslag is weggehaald. Dat maakte mij verdrietig. Ik heb nog altijd een foto van het wortelgestel van die boom. Dat was een grondingsplek voor mij.’ Hij laat me een boek zien van de Franse botanist Patrick Bouchardon, die veel werkt met bomen en de unieke kwaliteiten die elke boom in zich heeft. ‘Een boom is in heel veel sjamanistische tradities ook een symbool. Denk aan de Yggdrasil, de wereldboom.’

 

Als ik vertel dat ik de Broesli Blokken zelf met de hand olie, en dat voor iedere set met een persoonlijke intentie voor de koper doe, begint Philippe haast ondeugend te lachen: ‘Aaaah…dat is stiekem een beetje sjamanistisch hè?’

‘Ja dat klopt – en ik merk dat ik het met jou ook over dat soort dingen kan hebben. Dat zou ik niet in iedere context doen. Ik ben zo allergisch voor de poppetjes en het playmobil en plastic waar vaak opstellingen mee gedaan worden. Ik moet een vorm hebben die toegankelijk is, waar eigenlijk geen connotatie bij zit. En deze vorm is zo neutraal. De uitnodiging die ik voel is om een soort vertaalslag te maken, zodat het werken met opstellingen toegankelijk is voor een breed publiek. Zonder dat je meteen helemaal het spirituele of het sjamanistische pad op hoeft. 

 

Dat vind ik wel mooi van wat jij aan het begin van ons gesprek zei: doordat je als begeleider zelf zo’n pad bewandelt, slaan mensen op dat stuk aan bij jou. Of ze dat pad nou zelf ook bewandelen of niet.’

‘Ik word heel vaak gevraagd voor een gesprek, een kop koffie. Ik zou het liefst ook altijd ja zeggen, maar dat kan ik energetisch gewoon niet aan. Mijn hoofd zeg dan: Philippe, wees niet arrogant, ga daar op in. Dat doe ik minder en minder, omdat mijn tijd echt beperkt is. Bij jou was er meteen een soort beweging. Het stuk in mij dat zegt: ”ik heb het druk genoeg” dat was er gewoon niet.

 

En dan komen we terug bij: Don’t think, feel! Your body knows the way. Onze lichamen pikken veel meer informatie op dan dat we door hebben. Neem die informatie op zijn minst mee in jouw denkproces. Je hebt je hoofd en een heleboel kennis uiteraard ook nodig, maar de kunst is om die informatie vanuit jouw lichaam ook mee te nemen.’

‘Om eerlijk te zijn hoopte ik stiekem dat jij ons gesprek op het laatste moment zou afzeggen. Omdat ik dit soort ontmoetingen heel spannend vind. Ik heb mijzelf vaak door angst laten leiden. Dat ik aanvankelijk heel sterk een impuls voelde om iets te doen, en ófwel koos om daar niet naar te handelen. Óf er wel naar te luisteren, maar mezelf vervolgens weer kleiner te gaan maken met overtuigingen als: wie ben jij om dit te doen?

 

En dat is dat stukje trauma wat dan geraakt wordt. Redelijk recent heb ik besloten om me daardoor niet meer te laten beperken. Ons gesprek is voor mij in die zin heel waardevol. Begrijpen wat jou beweegt helpt mij ook in mijn eigen proces.'

‘Als er een uitwisseling kan ontstaan waar we beiden vrolijk van worden, dan is dat meant to be’. Zo komen we weer terug bij onze gemeenschappelijke liefde voor goeie gitaarmuziek. ‘Mark Lanegan heeft een autobiografie geschreven, Sing backwards and weep. Het audioboek leest hij zelf voor. Over trauma gesproken…zijn leven is tot nu toe niet meer dan fight, fight, fight geweest. Vanuit pijn. Als je zijn teksten leest, hoort en voelt, dan snap je ook: he comes from a bad place. Mark Lanegan is één van mijn favoriete muzikanten. Hij was goed bevriend met Kurt Cobain. Mijn topband is Queens of the Stone Age. Zij komen ook uit diezelfde entourage. Op de één of andere manier zijn wij aangesloten op dezelfde bron.

 

Eckhart Tolle zei ooit: bij kunst kan je heel makkelijk het verschil voelen tussen dingen die komen uit de vormeloze wereld en dingen die komen uit de wereld van de vorm. Net zoals de blokken waar jij over vertelde. Bij muziek kan je horen: dit is vanuit de ziel. Als je een paar akkoorden op een rijtje zet omdat je zeker weet dat dat altijd een hit wordt, dan ben je een muziekstuk aan het máken. Dat is van een andere categorie.’

‘Pre-corona ging ik veel naar live concerten. Als muziek uit de ziel komt ben ik tot tranen geroerd, ook al is het niet eens ‘mijn soort’ muziek. Mijn geliefde is producer en heeft een platenlabel. Hij maakt zelf ook muziek, maar heel minimaal. Alleen maar dingen die de moeite waard zijn om gemaakt te worden. Soms is hij daardoor jaren bezig zijn met één album. Ook al hou je niet eens van dat genre, je vóelt dat het echt is.

 

Hij is nu trouwens een nummer met samples van Burgs aan het maken, dat past wel bij de strekking van ons gesprek. Burgs is een meditatieleraar, en in de samples komen uitspraken van hem voorbij als ‘Becoming aware of a sense of pure physical presence. Feel your whole body as one.’

Philippe krijgt iets heel ondeugends over zich: ‘Dat is impliciet. Als ik dat album koop, dan koop ik geen meditatie-cd, maar muziek met daarin iets in geweven. I like…’ lacht hij. ‘Ik gebruik zelf vaak de metafoor van het Paard van Troje in mijn werk. Onbewust breng ik iets binnen waar mensen initieel niet voor kiezen. Maar waarvan ze achteraf zeggen, ik had dit niet verwacht maar ik ben wel blij dat het er was. En daar zit iets ondeugends in, ja tuurlijk.’

‘Dat herken ik, hoewel ik dat zelf vaak totaal niet door heb. Ik ben ooit eens uit een opdracht gestapt omdat ik voelde dat het niet meer klopte, terwijl dat mijn grootste bron van inkomsten was. Bij het afrondende gesprek zei de opdrachtgever: je hoeft helemaal niet zo hard te werken om iets in gang te zetten, jij hoeft hier alleen maar te zijn.’

‘Ik geloof echt dat, als je de sprong uit jouw vertrouwde patroon waagt, het eerste wat je op je bord krijgt een test is. Om te kijken of je het echt wel meent. Die klus heeft jouw helpen te springen, en daarna heb je écht moeten kiezen. Dat wat jou gidst, test je ook af en toe om te kijken of je klaar bent, bereid bent, in staat bent. Om je systeem meer te openen, om je klaar te maken.

 

Het sjamanisme kent ook beproevingen. Eentje die ik vaak deel, overigens meestal alleen maar met mannen, is The Long Walk. Dat lijkt peanuts, maar je bent nog geen 500 meter in het bos en je gaat de beproeving snappen. Ik zou vrouwen dat niet aanraden om te doen.’ Zei Philippe, nog niet wetende dat de vrouw aan de andere kant van het scherm dat twee jaar eerder heeft gedaan.

‘Ik heb dat 2000 kilometer gedaan, in mijn eentje door een donker bos gelopen. Dat was vooral een mentale beproeving. Voordat ik vertrok vroeg iedereen: ga je dat dan alleen doen, en ben je dan niet bang? Dan was mijn antwoord: als ik later een boek ga schrijven dan heet het ‘Ja alleen, en nee ik ben niet bang’. Met die insteek vertrok ik. Maar onderweg kwam ik dingen tegen waarvan ik van tevoren niet had gedacht dat ik ze tegen zou komen op mijn pad. Dat zijn de dingen waar je, ook al ben je aan het lopen, niet voor weg kunt lopen. Die vreten zich van binnenuit omhoog.’

‘Die Long Walk is een vehikel langs waar die dingen naar boven komen. En dan moet je ze aangaan, of je nou wil of niet. Zo’n beproeving kan een heling zijn, als je daar voor open staat.’

 

‘Dat heb ik inderdaad zo ervaren. Maar dan kom je weer terug in een wereld waar alles hetzelfde is gebleven terwijl jij bent veranderd. En dan begint het echte werk pas. Dat was voor mij nog meer een beproeving dan die Long Walk.

 

‘Dan ben je een vreemde geworden in eigen land. Het doet mij denken aan het nummer Society van Eddy Vedder.

 

'Sindsdien heb ik wel veel meer van dit soort ontmoetingen, en durf ik daar mijn hart ook weer voor te openen. Het leven wordt er echt rijker door. Ik ben blij dat je ons gesprek niet hebt afgezegd van tevoren.' 

 

‘En dat is wederzijds’. 


Philippe Bailleur is gids voor organisatievernieuwing, executive coach, auteur en keynote speaker. Hij verzorgt opleidingen en trainingen voor organisatiecoaches en leidinggevenden. Meer over zijn werk kan je vinden op https://www.philippebailleur.be/

 


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.